Nieuws

Op deze pagina is het actuele onderwijsnieuws uit verschillende organisaties geplaatst. Klik op onder-staande logo's voor nadere informatie.

 

 

Brandbrief aan het ministerie van OCW

Geef de leerkracht de regie terug over de beoordeling van de ontwikkeling van leerlingen.

Voorkom een afrekencultuur op basis van CITO.

Laat de inspectie met de schoolbesturen in een constructieve dialoog de onderwijskwaliteit agenderen.

 

Toetsen en verantwoorden

Een toets is één van de instrumenten die onze collega’s in de groep ten dienste staan om de vorderingen van leerlingen te monitoren. Met de komst van opbrengstgericht werken (“meten is weten”) wordt inmiddels al veel nauwkeuriger en beter geanalyseerd en daarmee maatwerk geboden in pedagogische en/of didactische aanpak.

Toetsresultaten zijn echter een te beperkt middel om verantwoording aan op te hangen. Daarvoor zijn andere en geschiktere instrumenten ontwikkeld, zoals de vensters voor verantwoording PO.

Ook de onderwijsinspectie is aan het zoeken naar een nieuw waarderingskader, onder meer om de ontwikkeling die Passend Onderwijs voor de sector PO met zich mee brengen mee te kunnen wegen in de beoordeling van de onderwijskwaliteit.

Passend Onderwijs vs cito

Cito dreigt te verworden tot afrekeninstrument. Dit is tegengesteld aan ons doel van Passend Onderwijs en verstoort de motivatie van leerkrachten om uit te willen gaan van de capaciteiten van de leerling.

Als bijvoorbeeld een leerling in groep 6 met een ontwikkelingsperspectief (eigen leerlijn) mee gaat met de eigen groep zal de CITO toets op eigen (lager) niveau worden afgenomen. Daarmee kunnen we de individuele leerling op het eigen niveau volgen. Voor de leerprestatie van deze leerling kan dit een heel goed resultaat zijn. De score van de groep wordt daardoor echter zeer negatief beïnvloed omdat de vaardigheidsscore uitgaat van het gemiddelde van de groep: de leerling maakt de toets op eind groep 5 niveau, maar het resultaat wordt beoordeeld alsof het een reguliere leerling in groep 6 betreft. De score van deze leerling is dan een lage score voor het gemiddelde van de groep.

Als dit een maat voor de inspectie is voor de kwaliteit van het onderwijs wordt een goede prestatie van leerkracht en leerling zo afgestraft in een negatieve beoordeling van de onderwijskwaliteit.

De prikkel die hiervan uitgaat veroorzaakt ofwel dat de leerkracht en de leerling te hoge doelen gaan stellen waardoor een succeservaring wordt omgebogen tot falen, ofwel dat de school concludeert dat de problematiek beter in het speciaal (basis)onderwijs kan worden opgelost. Meer verwijzing naar het speciaal onderwijs was precies wat we met Passend Onderwijs willen voorkomen.

Door de aanpak van de school om veel leerlingen in de eigen groep te behouden staat de school goed aangeschreven in de buurt. Veel ouders kiezen voor deze school omdat er aandacht is voor de individuele mogelijkheden van de kinderen. De gemiddelden staan echter onder druk en de inspectie meent te maken te hebben met een zwakke school. Achteraf kan  de score weliswaar gecorrigeerd worden, maar de leerkrachten voelen zich onder druk staan. De schoolleiding raakt in de verleiding om risicomijdend aannamebeleid te gaan voeren.

Het monopolie en methodiek van de CITO-toets is een belangrijk struikelblok om de doelen van Passend Onderwijs te bereiken: hoewel we graag de vorderingen meetbaar in beeld willen hebben is dit middel niet geschikt en ook niet bedoeld om kwaliteitsaspecten van het onderwijs te meten. Daarvoor is de leerkracht nodig die de gegevens interpreteert en gebruikt voor het (bij)stellen van de leerdoelen voor de volgende periode.

Onderzoek laat zien dat deze meet-methodiek de motivatie van goede creatieve leerkrachten en directeuren aantast, waardoor deze zelfs het onderwijs verlaten. Het leidt tot "teaching to the test" en werkt fraude in de hand. Door een te grote gerichtheid op deze toetsen raken andere belangrijke vakken (zaak- en creatieve vakken) in het gedrang.

De oplossing ligt onder handbereik: de door de overheid vastgestelde referentieniveaus geven een objectief criterium om vast te stellen of een school het onderwijs op voldoende niveau heeft. Als vervolgens alle leerlingen op het eigen niveau maximaal worden uitgedaagd kunnen we de onderwijskwaliteit naar een hoger plan tillen. Daarvoor moet de professional weer "in the lead" komen: toetsen om doelen te stellen en vorderingen te meten. De onderwijskwaliteit zou door het schoolbestuur gewaarborgd moeten worden. Besturen die daarvoor een goed instrumentarium in huis hebben moeten door de inspectie worden ondersteund in plaats van afgerekend.

Ook voor de verwijzing naar het voortgezet onderwijs moeten we meer terug naar het advies van de leerkracht(en) en niet de scores proberen tot maatstaf te verheffen. Hulpmiddelen als de plaatsingswijzer kunnen daarbij ondersteunend zijn, maar moeten niet de verschuiving van de eindtoets naar mei/juni proberen op te vangen. Daarmee zouden  ook deze resultaten verkeerd gebruikt gaan worden en het hierboven geschetste  probleem groter maken in plaats van kleiner.

De basisschool beschikt voor elke leerling over een goed dossier met vorderingen en ondersteuningsbehoefte. Dit moet de start voor het VO zijn om onderwijs op maat voort te zetten.

De Drentse openbare schoolbesturen gaan hierover graag met u in gesprek,

 

Hoogachtend,

Ir. P. Moltmaker,

Voorzitter Prisma Drenthe